Imperator rex Graecorum,
Auro sumpto thesaurorum
Parat sumptus armatorum
Ayos o theos athanathos
Ysma sather yskyros!
Miserere Kyrios,
Salva tuos famulos!
Almaricus miles fortis,
Rex communis nostre sortis,
In Egypto fractis portis
Turcos stravit dire mortis
Omnis ergo christianus
Ad egyptum tendat manus!
Semper ibi degat sanus,
Destruator rex paganus!
Statistieken
We hebben 48 geregistreerde gebruikers De nieuwste gebruiker is Mark Schreyen
Alle gebruikers hebben in totaal 437 berichten geplaatst in 104 onderwerpen
Affiliates
Sponsoring van Gesta Francorum is mogelijk door een vrijwillige bijdrage te storten op rekeningnummer: 377 0067334 53 Sponsors krijgen ook de mogelijkheid om hieronder te adverteren
De kruisvaarders hadden
onderhandeld met de Fatimiden uit Egypte, gedurende hun tocht richting
Jeruzalem, maar er kon geen overeenkomst gesloten worden. De Fatimiden
wilden wel het gebied rond Syrië uit handen geven, maar het
Palestijns gebied was uitgesloten. Voor de kruisvaarders was dit niet
acceptabel, voor hen was het grootste doel het bereiken van de Heilig
Grafkerk in Jeruzalem. Jeruzalem werd dan ook ingenomen op 15 juli
1099, na een lang beleg. Onmiddellijk na het veroveren van de stad
vernamen de kruisvaarders dat er een Fatimidisch leger onderweg was om
hen te belegeren. De kruisvaarders handelden vlug: Godfried van
Bouillon werd benoemd tot beschermheer van het Heilige Graf op 22 juli
en Arnulf van Choques werd tot Patriarch van Jeruzalem benoemd op 1
augustus. Op 5 augustus werden er Relikwieën van het Heilige
Kruis ontdekt, kort daarna arriveerden er twee Fatimidische
ambassadeurs, die de kruisvaarders bevalen de stad te verlaten, maar
deze werden genegeerd. Op 10 augustus leidde Godfried zijn overgebleven
leger uit Jeruzalem naar Ashkelon, wat een dag marcheren was.
Ondertussen leidde Peter de Kluizenaar de katholieken en
Grieks-orthodoxe kerkdiensten in processie van de Heilig Grafkerk naar
de tempel. Robrecht II van Vlaanderen en Arnulf vergezelden Godfried
naar Ashkelon, terwijl Raymond IV van Toulouse en Robert van
Normandië achterbleven in de stad. Wat daar de reden van was,
zou mogelijk kunnen zijn uit meningsverschillen of omdat ze het
aankomend nieuws van de Fatimiden liever van hun eigen verkenners
vernamen. Toen ze het nieuws vernamen marcheerden ze de volgende dag
Godfried achterna. Dichtbij Ramala sloot het leger van Tancred en
Eustatius van Boulogne zich bij Godfried aan, die een maand daarvoor er
op uit waren gestuurd om Nablus te veroveren. Op kop van het
kruisvaardersleger, droeg Arnulf de Relikwie van het Heilige Kruis en
Raymond van Aguliers, de Relikwie van de Heilige lans die gevonden was
tijdens het Beleg van Antiochië.[bewerken] De slagDe Fatimiden
werden geleid door de vizier al-Afdal Shahanshah, die mogelijk een
leger van 50.000 manschappen aanvoerde (andere bronnen uit de Gesta
Francorum reduceren dit tot 15-20.000 of anderzijds 200.000
manschappen). Zijn leger bestond uit diverse huurlingen, zoals
Seltjoeken, Turken, Perziërs, Armeniërs, Koerden en
Ethiopiërs. al-Afdal was van plan om de kruisvaarders in
Jeruzalem te belegeren, al had hij geen grootschalig
belegeringsmaterieel bij zich. Wel had hij een vloot tot zijn
beschikking die voor de havenpoort van Ashkelon lag. Het precieze
aantal kruisvaarders dat op de been was is onduidelijk gebleven. Maar
door Raymond van Aguilers werd 1.200 ruiters en circa 9.000 infanterie
genoemd dat deelnam aan de slag. De hoogste schatting werd op 20.000
manschappen gehouden, maar dit werd onmogelijk geacht. al-Afdal sloeg
zijn kamp op in de vallei al-Majdal, dichtbij Ashkelon en bereidde zich
voor op zijn doortocht naar Jeruzalem, en was er onbewust van dat de
kruisvaarders al onderweg waren zijn kant uit. Op 11 augustus stuiten
de kruisvaarders op ossen, schapen, kamelen en geiten, samengebracht om
het Fatimide kamp te voeden en al grazend buiten de stad. Volgens
gevangenen die bij Ramala tijdens een schermutseling gevangen werden
genomen, stond het vee daar om de kruisvaarders te ontmoedigen om meer
land van de Fatamiden af te nemen, en om het zo makkelijker te maken
voor de Fatimiden om aan te vallen. Maar al-Afdal wist nog steeds niet
dat de kruisvaarders dicht in zijn buurt waren en was hen vermoedelijk
ook niet aan het verwachten. Vervolgens zou het vee met het
kruisvaardersleger meegelopen zijn, en leek het leger veel groter.Op de
ochtend van 12 augustus, kwamen kruisvaartverkenners hun leidinggevende
melden dat ze het kamp van de Fatimiden hadden gevonden, vervolgens
marcheerde het leger richting de nederzetting. Tijdens hun mars werden
er negen divisies geformeerd. Godfried leidde de linkervleugel, en
Raymond de rechter. In het midden werden de divisies aangevoerd door
Eustatius, Robert van Normandië, Tancred en Gaston IV van
Bearn. Er werd verder nog een divisie in tweeën gesplitst,
waarbij bij elke groepering een kleine infanterie vooropliep.Volgens de
meeste verslagen (zowel christen als moslim), werden de Fatimiden
compleet verrast door de aankomst van de kruisvaarders, en waren ze
vooral onvoorbereid en was de veldslag kort en bondig. Alleen Albert
van Aix beschreef dat de veldslag langer duurde dankzij een wel
voorbereid Egyptisch leger. De twee hoofddivisies (vermoedelijk de
rechter- en linkerflank) bestookten elkaar met pijl en boog totdat ze
dichtbij elkaar waren om elkander met lansen te bevechten. De
Ethiopiërs vielen vanuit het centrum aan, gesteund op de flank
door de Fatimiden, deze wisten een gedeelte van de kruisvaarders de pas
af te snijden, totdat Godfried van Bouillon zijn mensen bijstond.
Ondanks de grote meerderheid en superioriteit van de Fatimiden, waren
ze niet zo sterk te noemen als voorheen de Seltjoeken. De veldslag leek
al over voordat de Fatimiden de zware cavalerie in kon zetten, die nog
niet zo ver waren. Waarna al-Afdal en zijn in paniek geraakte troepen,
de aftocht bliezen en zich terugtrokken naar hun veilige Egypte.
Raymond achtervolgde een aantal de zee in, anderen namen hun toevlucht
in bomen, waarna ze met pijl en boog neer werden geschoten. al-Afdal
liet zijn kamp met alle rijkdommen achter, de verliezen aan
kruisvaarderszijde zijn onbekend gebleven. De verliezen aan Egyptische
zijde werden geschat op 10-12.000 manschappen.
De kruisvaarders brachten de nacht door in het verlaten kamp, een
volgende aanval voorbereidend. Maar de volgende morgen merkten ze dat
het Fatimidische leger zich definitief naar Egypte had teruggetrokken.
Al-Afdal had zich teruggetrokken met een schip. De kruisvaarders zagen
hun kans schoon om te plunderen, waaronder Al-Afdals krijgsstandaard en
zijn enorme tent. De rest van het tentenkamp werd verbrand. Hierna
trokken de overwinnaars terug naar Jeruzalem, waar zowel Godfried als
Raymond de stad Ashkelon opeisten. Na deze veldslag besloten bijna alle
kruisvaarders terug te keren naar hun plaats van herkomst binnen
Europa. Hun belofte als pelgrim hadden ze vervuld. Aan het eind van het
jaar waren er nog maar enkele honderden kruisvaarders in het Heilig
Land. Deze werden in de loop der tijd aangevuld door nieuwe
kruisvaarders die ook een pelgrimsgelofte hadden afgelegd.
Referenties:
Primaire bronnen:
* Albert van Aken, Historia Hierosolymitana * Fulcher van Chartres,
Historia Hierosolymitana * Gesta Francorum * Raymond van Aguilers,
Historia francorum qui ceperunt Jerusalem
Secundaire bronnen:
* Hans Mayer, The Crusades. Oxford, 1965. * Jonathan Riley-Smith, The
First Crusade and the Idea of Crusading. Philadelphia, 1999. * Steven
Runciman, The First Crusaders, 1095–1131. Cambridge
University Press, 1951. * Kenneth Setton, ed., A History of the
Crusades. Madison, 1969–1989.
Milites Templi: link naar een
interessante Italiaanse site
milites
templi
» Dynamiek van de groep
» Wat betekent 'vrije associatie'
» brandpijlen
» Algemene info over Gesta Francorum
» Linken ivm de Franken
» Balian de Ibelin
» Zelf schilden maken
» Thibaud ou les Croisades
» Experimentele archeologie als hobby